De opmars van de fiets
In deze sessie onder voorzitterschap van Hugo van der Steenhoven (directeur Fietsersbond) hebben probleemeigenaren Iris van der Horst (gemeente Amsterdam) en Martijn Sargentini (Stadsregio Amsterdam) aangegeven hoe zij met de sterke groei van het fietsgebruik in stad en regio omgaan, wat hun zorgpunten zijn en waar hun kennisvragen liggen.



Iris van der Horst gaf aan dat 62% van het vervoer binnen de ring A10 fietsverkeer is. Echter, de fiets is nog steeds geen onderdeel van de gangbare verkeersmodellen. De datavergaring is fragmentarisch en niet structureel en met beleidsmaatregelen als ‘groene golf voor fietsers’ houdt het model geen rekening. Martijn Sargentini (Stadsregio Amsterdam) ziet  de fiets niet als probleem, integendeel. De file voor de fietsenstalling bij station Amsterdam Zuid is juist het resultaat van succesvol beleid! De fiets blijft een van de belangrijkste instrumenten voor de mobiliteitsproblematiek in stad en regio Amsterdam, maar loopt qua volwassenheid achter op de andere modaliteiten (auto, OV). Op beleidsniveau heeft in Amsterdam het OV de voorkeur boven de fiets, terwijl er veel meer mensen met de fiets gaan dan met het (stedelijk) OV.

Met de aanwezigen wordt geconstateerd dat voor de fiets een Schaalsprong nodig is. Deze sessie op het VerDuS-congres draagt bij aan het verduidelijken van dat begrip.

Na presentaties van onderzoeker Lucas Harms (UvA) over zijn DBR-onderzoek naar fietstrends en effectiviteit van fietsbeleid en van onderzoeker Roland Kager (UvA) over zijn DBR-onderzoek naar de fiets in de mobiliteitsketen, werd onder leiding van Hugo van der Steenhoven gediscussieerd over ‘Hoe die Schaalsprong te bewerkstelligen’. 

In de discussie kwamen een paar opmerkelijke constateringen naar voren:
  • Over lifestyle en bewustwording: Nederlanders doen alsof de fiets iets heel kleins is maar het is een enorm belangrijk onderdeel van ons dagelijks functioneren en ons mobiliteitsysteem. Het is zo gewoon dat we de neiging hebben er te weinig beleidsaandacht aan te schenken. Zonder dat we er beleidsmatig veel aan sturen groeit het fietsgebruik autonoom. 
  • Over dat beleid: We voeren een reactief beleid (als er een probleem is lossen we het op), maar overal waar we barrières wegnemen groeit het fietsgebruik tot er weer een volgende barrière ontstaat. Dat moet structureel anders. Bestuurlijke discussies worden ook gedomineerd door emotie i.p.v. gebaseerd op harde cijfers (‘fact free policy’), en iedereen denkt deskundig te zijn. “Het is bizar dat je over duurzaam bereikbare steden praat zonder kennis over het huidige fietsbewegingen….”. Beleidsmakers zouden hun maatregelen meer moeten baseren op feiten, op harde cijfers, bijdragend aan stevige kosten/batenanalyses. Hiervoor is onderzoek nodig.
  • Het slim combineren van het fietssysteem en het OV-systeem is één van de meest effectieve beleidsmaatregelen om de bereikbaarheid van stad en regio te versterken en onze steden leefbaar te houden. Daarbij gaat het bij het OV-systeem niet alleen om de (IC-)treinen, maar ook om regionaal en stadsgewestelijk vervoer (met rail en snelbus). Zie ook het artikel van Roland Kager in het tijdschrift Openbaar Vervoer van mei 2014. 
  • Over onderzoek: Praktijkgericht Fiets(vervolg)onderzoek is hard nodig. Dat moet dan gekoppeld worden aan de duurzame ontwikkeling binnen de steden (aantrekkelijke steden, gezonde mensen e.d.). Ook de ‘gouden combinatie’ fiets-OV vraagt om verder onderzoek. Vragen daarbij zijn: Hoe kunnen we een systeem inrichten dat opschaalbaar is? En wat gebeurt er in de krimpregio’s? Kan met de e-bike -gegeven de verschraling van het OV in die regio’s- de bereikbaarheid in stand gehouden worden? e.d.
  • Kortom, een informatieve, interactieve en inspirerende sessie, die een basis legt voor vervolgonderzoek in SURF.

Twitter #verdus2016